Erkend leerbedrijf

Lab Servant als ‘erkend leerbedrijf’

Lab Servant is trots om aan te kondigen dat we recentelijk erkend zijn als leerbedrijf. Dit betekent dat we nu in staat zijn om jonge mensen de kans te geven om bij ons te leren en te werken terwijl ze een opleiding volgen.

Als erkend leerbedrijf bieden we praktijkgerichte opleidingen aan in samenwerking met opleidingsinstituten. We werken samen met deze instituten om onze leerlingen te voorzien van de juiste kennis en vaardigheden die nodig zijn om succesvol te zijn in onze branche.

We zijn ervan overtuigd dat het aannemen van leerlingen en het bieden van praktijkgerichte opleidingen een win-winsituatie is voor zowel ons bedrijf als voor de leerlingen. Door de leerlingen te betrekken bij het dagelijkse werk en ze te laten werken aan projecten, krijgen ze de kans om hun vaardigheden in de praktijk te oefenen en te verfijnen. Dit zorgt ervoor dat ze beter voorbereid zijn op hun toekomstige carrière.

Bovendien biedt het aannemen van leerlingen ons de kans om jonge talenten te werven en op te leiden volgens onze eigen standaarden en werkwijzen. Dit is niet alleen goed voor ons bedrijf, maar ook voor de leerlingen zelf, die de kans krijgen om te werken in een professionele omgeving en te leren van ervaren professionals.

We zijn er trots op dat we nu een erkend leerbedrijf zijn en kijken ernaar uit om onze leerlingen te begeleiden tijdens hun opleiding en carrière. Als u geïnteresseerd bent in het volgen van een opleiding bij ons bedrijf, neem dan gerust contact met ons op voor meer informatie.

SAAS

SAAS, of Software as a Service, is een manier om software te leveren en te gebruiken. In plaats van dat de software in een server-omgeving van de klant geïnstalleerd wordt, wordt de software via het internet aangeboden. Dit betekent dat de klant geen software meer hoeft te installeren en dat de software altijd beschikbaar is, zolang er een internetverbinding is.

SAAS biedt een aantal voordelen ten opzichte van traditionele software. Ten eerste is het gemakkelijker om te gebruiken, omdat de klant geen software hoeft te installeren en de software altijd en overal beschikbaar is. Ten tweede is het veiliger, omdat de software op afstand beheerd wordt en de klant zich geen zorgen hoeft te maken over updates en beveiliging.

Lab Servant biedt sinds kort haar diensten ook aan als SAAS oplossing. Dit betekent dat onze software via het internet aangeboden wordt. Onze SAAS oplossing biedt dezelfde voordelen als traditionele SAAS oplossingen: gemakkelijker gebruik en verbeterde beveiliging.

Als u interesse heeft in onze SAAS oplossing, neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder met al uw vragen en bieden u een passende oplossing voor uw omgeving.

Risk Assessment

De Risk Assessment module van Lab Servant biedt laboratoria de mogelijkheid om het risico van een onderzoek te bepalen voordat het onderzoek begint. Met behulp van deze module kunnen laboratoria vaststellen of alle benodigde toetsen zijn uitgevoerd, of alle apparatuur in orde is en welke gevaarlijke stoffen er tijdens het onderzoek gebruikt worden.

De Risk Assessment module is een belangrijk onderdeel van het laboratorium beheer en kan helpen om ongelukken en fouten te voorkomen. Door risico’s te identificeren en te beheersen voordat het onderzoek begint, kan ervoor gezorgd worden dat het onderzoek veilig en succesvol verloopt.

Op basis van de antwoorden op de vragenlijst kan de persoon die de Risk Assessment start gemakkelijk zelf een risico score bepalen voor het onderzoek. Deze score geeft aan hoe hoog het risico is en kan helpen bij het bepalen van welke maatregelen genomen moeten worden om het risico te beheersen.

Met de Risk Assessment module van Lab Servant kunnen laboratoria hun onderzoeken snel en eenvoudig evalueren en het risico bepalen. Dit kan helpen om ongelukken en fouten te voorkomen en zorgt ervoor dat het laboratorium efficiënter en veiliger kan werken.

Nagoya protocol

Het Nagoya Protocol is een internationaal verdrag dat zich richt op het regelen van toegang tot en het delen van voordelen van genetische hulpbronnen.

The road to zero: banning CMR substances!

The road to zero

Tijdens WOTS 2018 was er een lezingenprogramma over “Veilig werken op het lab”. Bij uitstek een onderwerp voor de Lab Servant uiteraard. Diana Martens van Inspectie SZW gaf een toelichting op het beleid van de overheid om CMR-stoffen uit te bannen: the road to zero.
In haar slideshow kwam naar voren dat er alleen al 2700 sterfgevallen per jaar zijn door werkgerelateerde kanker. Dat is ruim 4 keer zoveel als het aantal verkeersdoden (2017: 613). Diana stelde “dat we dit niet normaal mogen gaan vinden”. Inspectie SZW zet dan ook vol in op vermindering van het gebruik van CMR-stoffen in de beroepspraktijk en wil daarin samenwerken met de branches. De eerste stap in die aanpak bestaat eruit om te inventariseren welke CMR-stoffen er “in huis” zijn, waarna in vervolgstappen de mogelijke blootstelling wordt beoordeeld en passende maatregelen worden genomen om blootstelling te verminderen.

In onze visie kan er nog een stap 0 aan vooraf gaan en dat is het voorkomen dat er CMR-stoffen worden besteld. De Lab Servant voorziet daarin door een check uit te voeren tijdens het orderproces. Daarbij worden CMR stoffen gesignaleerd op grond van H-zinnen en “signal lists”, zoals de CMR-lijst van het ministerie van SZW en de lijst met zeer zorgwekkende stoffen (ZZS lijst).

Diana Martens gaf tijdens haar lezing aan dat het STOP principe leidend is op dit moment: Substitutie, Technische maatregelen. Organisatorische maatregelen met Persoonlijke bescherming op de laatste plaats.
Het “uitbannen” van CMR-stoffen begint dus met Substitutie ofwel het vervangen door niet CMR-stoffen. Blootstelling aan gevaarlijke (CMR) stoffen staat voor 2018/’19 hoog op prioriteitenlijst van Inspectie SZW en het ministerie van SZW, maar ook bij andere departementen en in Europa. Dit betekent tevens dat bedrijven en instellinge gevraagd kan worden om verslag te doen van hun inspanningen om het gebruikvan en de de blootstelling aan CMR-stoffen te verminderen.
Lab Servant gebruikers kunnen die informatie snel en eenvoudig in een rapportage samenvatten met behulp van de Datamart tool.


The road to zero

During WOTS 2018 there was a lecture programme about “Working safely in the lab”.  An excellent subject for the Lab Servant of course. Diana Martens of the SZW Inspectorate explained the policy of the government to ban CMR substances: the road to zero.
Her slideshow showed that there are about 2700 deaths per year due to work-related cancer. That is more than 4 times as much as the number of road deaths (2017: 613). Diana stated that “we should not accept this as normal”. The SZW Inspectorate is therefore fully committed to reducing the use of CMR substances in professional practice and wants to collaborate with the branches. The first step in this approach is to identify which CMR substances are “in-house”, after which in subsequent steps the possible exposure is assessed and appropriate measures are taken to reduce exposure.

In our view, there is still a step 0 to go before and that is to prevent CMR substances from being ordered. The Lab Servant provides for this by carrying out a check during the order process in which CMR substances are identified on the basis of H-phrases and “signal lists”, such as the CMR list of the Ministry of SZW and the list of substances of very high concern (SVHC list).

Diana Martens indicated during her lecture that the STOP principle is leading at the moment: Substitution, Technical measures. Organizational measures with Personal protection in the last place.
The “banning” of CMR substances therefore starts with Substitution or replacement with non-CMR substances. Exposure to hazardous (CMR) substances stands in 2018 / ’19 high on the priority list of the SZW Inspectorate and the Ministry of SZW, but also of other departments and “Europe”. This also means that companies and institutions can be asked to report on their efforts to reduce the use of and exposure to CMR substances. Lab Servant users can summarise such information quickly and easily in a report with the aid of the Datamart tool.

Eindhoven U. of Technology joins Lab Servant for Ordering & Inventory

Eindhoven U. of Technology (TU/e) recently joined the Lab Servant for the Ordering & Inventory module.
After 15-20 years using another platform  TU/e decided to switch to the Lab Servant. One of the unique selling points of the Lab Servant is the integration of the Inventory with the ordering process. This enables the risk evaluation of chemicals before they’re actually ordered. Minimising the use of hazardous chemicals is requested by Dutch and EU regulations. By the early stage order check it’s easier to comply with these regulations. The check is supported by retrieving safety information of a chemical from Chemwatch. This process doesn’t require any human interaction because the CAS no. of a chemical is retrieved from a supplier’s webshop and directly sent to Chemwatch. The Chemwatch safety information of the chemical is shown within seconds in Lab Servant order form. The user can decide to carry on with the order or to look for alternatives that are less hazardous. If a hazardous chemical is indispensable a remark can be linked to the order to justify the purchase to internal and external auditors.

The Inventory itself helps the researchers to quickly find their chemicals, not only within their own department but also at other departments. This could save money if resources can be shared.

A warehouse function completes this Lab Servant module and and enables stock levels of chemicals to be maintained both locally and centrally.

LUMC joins Lab Servant for Biosafety and Lab inspections

The Leiden university hospital (LUMC) joins Lab Servant for Biosafety. The development of the Biosafety module will be boosted by this participation. The current functionality of the module covers the registration of hosts, vectors, inserts and viruses on one side and the registration of notifications, permits and users on the other side. The current Risk Evaluation for preparing GGOs will be largely automated thanks to the work of a nationwide workgroup that prepared an approach for Risk Evalutions based on “Groups of equal risk profile”. LUMC, in collaboration with the Amsterdam Free U. (VU), the VU medical centre (VUmc) and the the U. of Maastricht worked this out a step further by developing an algorithm with which cell lines, vectors and inserts can be allocated automatically to the aforementioned Groups. The Lab Servant team implemented already a great part of this approach and will finish it by the end of the year. The result will be that the Risk Evaluation of GGO experiments with cell lines can be done very efficient, saving researchers time and effort.

labservant openingspagina

Registration of mixtures added

Recently we added the functionality to also register mixtures in the Lab Servant.
Initially we were mainly focused on the registration of single substances (up to 20k at a university) but users asked us to add the possibility to register mixtures. We have combined this with the entering and storage of propietary safety information for a substance. This can be useful if Chemwatch doesn’t provide safety data for a substance. With more than 800.000 substances in the Chemwatch database that chance is small but not zero.

The self-added information is shown in the sheet of a substance or mixture in a separate tab “Propietary data”.

The possibility has also been added to print CLP compatible labels with GHS symbols in color.
This also ensures compliance with the requirement that all (own) mixtures in the lab or shop floor must be labeled with the applicable GHS symbols. The latter requirement came into force mid-2017.

GDPR implementation in Lab Servant

The GDP privacy regulation, also known in the Netherlands as AVG, is based on the minimisation of the number of systems in an institution where personal data is stored. On the other hand, there is the obligation to preserve the possible exposure of researchers to carcinogenic substances (or broader CMR agentia) for 40 years.

How did we reconcile these two contradictory requirements in the Lab Servant?

The answer is found in the pseudonymisation of personal data at a time when an employee or student is no longer connected to the institute for more than a certain period of time, say a year. Pseudonymisation means that all personal details of a person are deleted in the Lab Servant and that the name is replaced by a personnel number (employees) resp. student number (students).

The key between name and number is only known in the corporate employee resp. student administration system.

If after a long time a person reports to the institute with complaints that could result from the exposure to hazardous substances, the HR department can check in the Lab Servant – with the “key” – with which substances the person worked in which lab and during which period. All that information has been stored in the Lab Servant in a pseudonymised manner. The pseudonymisation routine runs every night and processes the persons who are no longer connected to the institute for more than an agreed period.